Hey man!

Wat kom je hier doen, op aarde? Wat doe jij met de energie die in je huist? Waar geef jij je tijd en aandacht aan? Wie ben je?

Dat zijn vragen die bijna dagelijks in mij aanwezig zijn. Die ontspringen aan die grote poel frustraties waarin ik rondjes zwem. Ik heb zo veel te geven maar verdomme aan wat?
Soms kan ik overlopen van energie en zou ik het willen omzetten in iets wezenlijks . Op andere momenten zak ik in elkaar en voelt het vooral zo uitzichtloos zinloos. Dan zou ik willen wegkruipen in de warme geborgenheid van een kosmische baarmoeder en er nooit meer uit willen kruipen.

Ik voel echter ook een stille roep in mij. Ik word herinnerd aan iets. Er is een weten dat ik hier niet voor niets ben en hier iets kom doen.
Maar ik blokkeer of saboteer mezelf. Angst om te gaan staan zal daarin zeker een rol spelen. Angst ook om er niet bij te horen of verstoten te worden. Wat mij echter het meeste parten speelt, besef ik steeds meer, is een allesomvattend schuldgevoel. Een schuldgevoel dat ik heb overgenomen uit de lijn van mijn vaders waarbij we onze vitale mannelijke energiestroom aan banden hebben gelegd. Een belasting die we onbewust dragen ten aanzien van vrouwen/het vrouwelijke.

Dat is wellicht ook de reden waarom ik me altijd tot een bepaald soort vrouwen aangetrokken voelde, te beginnen bij mijn moeder. Vrouwen voor wie ik het leven draaglijker wilde maken. Door lief en ontvankelijk te zijn, door ook letterlijk te timmeren aan een mooier thuis voor hen, hoopte ik lange tijd dat ik daarmee rust zou vinden en er iets van harmonie zou ontstaan. Het was een vruchteloze onderneming. Ik verloor nog meer mijn kracht. Kortstondige momenten van zoete symbiose wogen niet op tegen die oeverloze strijdtonelen. Want op de een of andere manier opende ik in die vrouwen ook een kanaal van diepe woede. Hoe meer ik er voor hen was hoe heftiger de energie die vrij kwam als ik er even niet voor hen was. Hoe krachtiger hun boodschap werd dat ik iets goed te maken had of me nog meer moest aanpassen.

 

In mag stoppen met mijn energie te geven aan het zogenaamd redden van individuele vrouwen, zo weet ik nu. Ik heb de schuld te nemen als vertegenwoordiger van mijn lijn van voorvaderen in plaats van het op een halfslachtige manier te compenseren of te ontkennen. Ik mag met bewustzijn beseffen dat ik ook een dader ben en dat het bloed van daders door me heen stroomt zonder dat het nog langer een hypotheek legt op mijn energiestroom. Ik heb de bedding te herstellen voor mijn levensstroom, voor de mannelijke energie die vrij door mij heen wil stromen. Want die oorspronkelijke mannelijke energie is een heel krachtige energie, zo besef ik steeds meer. Een energie van waarheid die in deze tijd, in deze wereld meer dan nodig is.

Als ik met mannen ben dan is het relatief makkelijk om de mannenenergie op te roepen. Al stoeiend, dansend, elkaar uitdagend kan die vitale energie gevoeld worden. Of even lekker ruw en ongecompliceerd je bek kunnen opentrekken tegen mannen waar je mee aan het werken bent. Of samen een haka dansen.
Het voelt heerlijk als die energie mag stromen en het geeft ook een relatieve rust. We kunnen als mannen niet vaak genoeg die stroom weer op gang brengen.

Maar er is meer, meer dat gezien wil worden. Want alleen de sluizen terug openzetten van deze energiestroom zal uiteindelijk mijn frustraties en verdwaaldheid alleen maar vergroten. Ik heb de breuk aan te kijken tussen mijn hart en deze krachtige energiestroom.

Als ik mij erop afstem dan voel ik de pijn en het verdriet van de scheiding tussen deze wezenlijke energieën. Ook nu weer terwijl ik het opschrijf, voel ik de hartenkreet snijden in mij. Wellicht zo pijnlijk omdat deze mannelijke energie vanuit oorsprong verbonden is met het hart. Een dissociatie die, zoals ik het nu aanvoel, is ontstaan vanuit dat diepe schuldgevoel dat ik met me meedraag. Een schuldgevoel waar ik geen duidelijke beelden bij heb maar dat iets te maken heeft met misbruik van de krachtige mannelijke energie en in de steek laten.

Maar ook in het collectieve veld, in de samenleving, herken ik de massale dissociatie van die oorspronkelijke mannelijke energie. Wat het extra verwarrend maakt is dat we als samenleving de gedissocieerdheid van die energie in stand houden. We prijzen zelfs die afgesplitste mannelijke kracht. De gedissocieerde kracht die veel leiders hanteren (ook in kringen van persoonlijke ontwikkeling) wordt bijvoorbeeld door veel mensen gewaardeerd, dat geeft een gevoel van veiligheid. De bereidheid om het persoonlijke leiderschap op te geven en ons te voegen naar wat een leider of machthebber zegt is groot.
En tegelijkertijd gaan we elkaar helpen, ook mannen onderling, om die vitale mannelijke energie weg te moffelen als die ergens krachtig tevoorschijn komt. Alsof het niet bestaat. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.

Het vraagt dus extra inspanning van ons bewustzijn om te zien hoe we met die energie omgaan en ook om te herontdekken wat het in wezen is. Om er terug ruimte aan te geven.

Hoe meer ik met dit thema bezig ben dieper het besef wat voor een verwarring er bestaat rondom deze energie. Vorig jaar stond ik nog in een opstelling met mijn zwaard in het midden van de ruimte, gericht op mij. Ik werd letterlijk omver geblazen door de enorme kracht die in het veld vrij kwam. Ik was er toen van overtuigd dat ik de heftigheid van de vernietigende energie voelde die aan het zwaard kleefde. Nu pas dringt tot me door ik de onderdrukte ontzettend vitale energie voelde die door ons heen wil stromen. Een energie die door het hart in balans kan worden gebracht.

Een ander bewustzijn is dus meer dan nodig over deze energie. Het werk van Pamela Kribbe (ze channelt informatie die gidsen haar doorgeven) was voor mij cruciaal om op mijn pad tot inzichten te komen. Het gaf duiding aan mijn ervaringen.

In de zomer van 2018 was ik voor een consult bij haar met dezelfde vragen waar ik deze brief mee begonnen was. Op mijn vraag waarom het voor mij zo heftig was om naar mannenbijeenkomsten te gaan kwam een verrassend en helder antwoord. Iets wat een heel ander licht bracht over de mannelijke energie die ook in mij huist, de hogere of oorspronkelijke mannelijke energie. Dat antwoord is van fundamenteel belang voor de stap die ik nu aan het zetten ben. Om weer ruimte te geven aan die energie, in de eerste plaats in mezelf en om dit ook samen met andere mannen te doen.

P.S. Ik richt me nu specifiek tot mannen terwijl ik besef dat deze energie net zo goed in vrouwen huist en ook bij hen meer gezien wil worden.

Charel
 

de ruimte makerij

ruimte voor verbinding