Ik heb iets met ruimtes. Mijn vroegste herinnering aan een bijzondere ervaring speelt zich af in mijn zesde levensjaar. Met een paar oude mooie tegels had ik een rechthoekig vlak gevormd in een uitgedroogde gracht grenzend aan onze verwilderde tuin. Een heel eenvoudige ingreep maar het effect betoverde me en kan ik nog steeds in mij voelen. Het voelde aan als een magische/heilige plek.

Nu, met de weg die ik ondertussen heb afgelegd, onderscheid ik steeds meer lagen in die bijzondere gebeurtenis. Met het leggen van de tegels had ik iets ontsloten, had ik een verbinding gelegd waardoor ik er meer kon zijn, op die plek. Mijn mens-zijn kreeg ruimte in afstemming met de ruimte eromheen. En tegelijk oversteeg het ook mijn persoonlijkheid. Ik had ruimte gegeven aan iets wat gezien wilde worden, herinnerd wilde worden. Ik had vorm gegeven aan iets van de geschiedenis dat geeerd wilde worden.

Deze herinnering is tekenend voor mijn ambivalente verhouding met de wereld van de architectuur.   Ik was geen voorbeeldige student. Dat ik uiteindelijk architectuur ging studeren leek meer een toevalstreffer dan een bewuste keus. Elk jaar ging gepaard met grote innerlijke twijfels of ik wel door zou gaan. Zo ging het de jaren erna ook, twijfels over wat ik te doen heb met mijn leven.  Nu zie ik dat het nemen van al die levenshobbels nodig is om te kunnen doen wat ik nu doe. En het is een proces wat doorgaat. Werk is niet te scheiden van het leven dat ik leid. Ook in mijn relaties tot de dierbaren om me heen is het thema verbinding steeds belangrijk geweest. Ik kan me heel diep verbinden maar net zo goed, als ik geraakt word in een angst of pijn, kan ik me staalhard afsluiten. Een pijnlijk proces. Maar een proces dat ik steeds minder wil ontwijken, deze levensweg naar een steeds waarachtigere verbinding. Dat geeft een wezenlijke verdieping aan het werk dat ik maak. Zo val ik steeds meer samen met de ruimtes die ik maak..

 

Als ik terugkijk als 'ruimtemaker' onderscheid ik een rode draad die aan enkele mijlpalen ophangt. Zo'n mijlpaal was bijvoorbeeld de ruimte die ik maakte met een kunstenaar meteen na mijn afstuderen in 1999. Het was een klein paviljoentje, een ruimte voor een mens. Een statement. Een rechtzetting. Een recht doen aan wie we werkelijk zijn. Een 'tegenbeeld' voor de manier waarop we onze omgevingen meestal vorm geven. Een integrerende ruimte waarin de dualiteit van ons bestaan gewoon kan zijn. Varens, wanden van verbrand ruw hout, slechts enkele lichtkieren en daarnaast water in een schaal, gladde structuurloze wanden, licht doorheen een koepel. Een bijzondere ruimte om in te zijn.

In 2011 heb ik 'de ruimte makerij' opgericht. Aanvankelijk maakte ik enkel meubels. Vooral tafels, de objecten bij uitstek die staan voor verbinding. Sinds 2014 kan ik steeds meer vorm geven aan wat me werkelijk drijft, het creëren van volledige ruimtes. Verbindende ruimtes.

 

Charel Joncheere

de ruimte makerij

ruimte voor verbinding